Ik word wakker voordat mijn wekker afgaat en enthousiast maak ik mijn vriend wakker, maar voor ik het weet ben ik drie uur later opnieuw gewekt door de hoestende buurman die door zijn raam lijkt te proesten. Shit, ik ben gewoon weer in slaap gevallen. Ik reken het mezelf direct aan dat ik niet vanaf het eerste uur productief ben geweest en haast me om me klaar te maken.
Alles voelt alsof het tegenzit: ik heb uitgeslapen, mijn kleding voelt niet modieus genoeg en mijn hele zenuwsysteem schreeuwt om regulatie. Dus trek ik de zomereditie van mijn winteruniform aan – oversized, alles wit – en klik Narumi vast aan de lijn. Met enige aarzeling durf ik de deur uit te stappen.
Net als ik denk dat ik misschien kan ontspannen, komt er een prachtige, stijlvolle vrouw aangelopen die me meteen in mijn eigen onzekerheid doet verdrinken. Ik ben zo druk bezig mezelf te vergelijken dat ik niet doorheb dat Narumi midden in haar looppad besluit te kakken. Ze struikelt bijna over mijn hond terwijl ik naar achter word getrokken door de lijn. Het beeld laat me niet los terwijl ik de poep opraap en zakt pas weg wanneer ik aankom bij mijn remedie voor dit soort ochtenden: de ambachtelijke bakker met specialty koffie om de hoek, die toevallig dezelfde naam draagt als ik.
Ik bestel een cappuccino met gewone melk en laat me zakken op het bankje voor de deur. Mijn gedachten nemen de overhand en terwijl ik mezelf vol medelijden verwijt dat ik onproductief ben geweest, niet on-point gekleed en sowieso minder dan iedereen om me heen, besluit Narumi dat dit het perfecte moment is om midden tussen de hippe mensen te gaan kotsen. Tien minuten lang verontschuldig ik me, ruim ik braaksel op en spoel ik de stoep schoon, waarna ik eindelijk neerplof. Tijd voor ontspanning, met Narumi uitgeput en uitgekotst naast me.
Ik sluit mijn ogen en probeer rustig adem te halen, maar nog voor ik mijn inademing kan afmaken ziet Narumi een parmantig hondje voorbij komen waar ze onmiddellijk iets op tegen heeft. Ze blaft het hele terras bij elkaar en ik voel de ogen op me branden: niet alleen ben ik onproductief en verre van stijlvol, ik lijk ook mijn hond niet op te kunnen voeden.
We moeten duidelijk allebei kalmeren, dus zet ik de playlist peaceful piano op. Terwijl ik daar zit naast de bouwput aan de Rozengracht probeer ik met ingehouden adem mijn zenuwstelsel tot rust te dwingen. De muziek verdringt nauwelijks het geluid van vrachtwagens die achteruit piepen en heipalen die door de grond worden gejaagd, maar ik houd me vast aan de illusie dat de piano iets kan verzachten. Net wanneer ik mijn schouders eindelijk voel zakken, springt Narumi onverwacht van de bank. In één ruk trekt ze de lijn strak, mijn arm schiet mee, mijn koffie vliegt om en druipt traag over de spierwitte plooien van mijn outfit, alsof zelfs mijn poging tot controle belachelijk makkelijk kan worden weggewist.
Heel even wil ik me laten meesleuren in de vernedering, de blikken van voorbijgangers die dit vast hebben zien gebeuren, de geur van koffie die zich vermengt met bouwstof. Maar dan kijk ik naar Narumi. Ze staat daar onbewogen, alsof niets ertoe doet, alsof de wereld niet draait om hoe je eruitziet of hoe vlekkeloos je ochtend verloopt. Ze leeft zonder zich vast te klampen en zonder schaamte. Ze laat letterlijk alles los.
En ik maar denken dat ik kalmte moest vinden in playlists en ademhalingsoefeningen, terwijl mijn hond me allang heeft laten zien dat de snelste route gewoon begint met alles loslaten, inclusief je maaginhoud.