Mijn badkamerkast als museum van wie ik had willen worden

Soms sta ik voor mijn badkamerkast alsof ik een doos oude dagboeken open. Niet omdat ik nieuwsgierig ben naar de inhoud, maar omdat ik wil weten welke versie van mezelf daar bewaard ligt, en of ze nog iets tegen me te zeggen heeft.

De kast is klein, maar rijk gevuld. Een soort mausoleum van zelfverbetering, hoop en licht wantrouwen jegens mijn eigen gezicht. De bovenste plank is gewijd aan de vrouw die haar leven op orde heeft. Je herkent haar aan strakke flacons met pipetjes, verpakkingen in gebroken wit en Scandinavisch grijs, en woorden als “radiance” en “renewal” die suggereren dat ik elk moment verlicht zou kunnen raken, als ik het maar vaak genoeg aanbreng.

Een plank lager begint de afdeling ‘verleiding & illusie’. Parfums die ik kocht na films die ik te serieus nam, of dates waar ik stiekem al na het voorgerecht wist: dit gaat een anekdote worden. Lippenstift in kleuren die klinken als moods: Rebel Rose, Spicy Mauve, Bare But Bold. Geen van die kleuren staat me echt, maar ze staan daar wel. In rijen, als stille getuigen van een vrouw die af en toe dacht dat haar gezicht iets anders kon vertellen dan het werkelijk dacht.

Dan heb je nog de vergeten experimenten. De tandenbleekset. De zelfbruiner voor een huid die ik voortaan uit de zon ga houden. Een jade roller die kouder is dan mijn ex, en minstens zo zelden gebruikt. Producten die ik in huis haalde uit een opwelling. Ze staan daar als onafgemaakte zinnen in een van de dagboeken die ik ben gestopt met bijhouden.

En toch gooi ik ze niet weg. Want die spullen zijn geen spullen, maar restanten van intenties en stemmingen. Van korte periodes waarin ik geloofde dat een serum of een geur mij een ander mens kon maken: beter, zachter of op z’n minst mysterieuzer. Alles wat ik toen dacht nodig te hebben.

Ik weet inmiddels dat ik geen nieuwe huid nodig heb om mezelf te zijn. Dat ik niet ineens een ochtendroutine hoef te perfectioneren om bestaansrecht te voelen. Maar ik weet ook dat ik altijd die vrouw zal blijven die, op een willekeurige dinsdag, denkt: misschien als ik dít koop, wordt het allemaal wat rustiger in mijn hoofd.

Dus af en toe open ik de kast weer. Ik doe dat niet uit wanhoop, maar uit een soort nieuwsgierige mildheid. En dan smeer ik iets op, ruik ik even aan een flesje, of rol ijskoud jade over mijn voorhoofd. Gewoon omdat het fijn is om nog af en toe in gesprek te gaan met de vrouw die ik ooit probeerde te worden.

Plaats een reactie